Hoe zit het met de zonnevelden?

Interview op 3 juni 2022 met Freek Wisseloo van ontwikkelaar BHM Solar.

Op vrijdagavond spraken Dorothé Straver en Hans Kuppens met Freek Wisseloo, medeoprichter van BHM Solar (BHM) over de plannen om in totaal ongeveer 50 hectare landbouwgrond in Schalkwijk in te richten als zonnevelden. Er loopt een aanvraag voor twee projecten: Stroomveld de Knoest en Zonneweide de Heul.

Achtergrond: Wie is BHM?

De oprichters van BHM hebben hun sporen verdiend in verschillende functies en organisaties binnen
de energiesector. In 2017 is BHM opgericht met als doel om zonnestroominstallaties te ontwikkelen
op grote daken zoals distributiecentra. In 2018 hebben ze ingeschat dat er vraag zou komen naar
grondgebonden zonprojecten, omdat energie op grote daken alleen, niet voldoende zou zijn om in
de stijgende energiebehoefte te voorzien. BHM heeft onderzocht welke gemeenten daar actief
beleid op voerden. Dat bleek onder andere in Houten het geval. Vervolgens hebben ze contact
gelegd met een aantal grondeigenaren en met hen een overeenkomst gesloten. Die overeenkomst
houdt in dat BHM de betreffende grond voor 30 jaar kan pachten zodra de gemeente Houten een
vergunning verleent om op de grond zonnepanelen te plaatsen. Doel van BHM was en is zonnevelden
te realiseren met veel ruimte voor landschappelijke inpassing, ecologie, recreatie en cultuurhistorie.
BHM ontwikkelt de projecten in Houten in samenwerking met Chint Solar (Chint), een wereldwijd
opererend bedrijf, dat ook in Nederland ervaring heeft met het ontwikkelen, bouwen en financieren
van grondgebonden zonprojecten. Samen is men aan de slag gegaan om de projecten van de grond
te tillen.

Hoe is CDE met BHM in contact gekomen?

Bij Coöperatie Opgewekt Houten (COH) en CDE bestond de vrees dat Houtens grondgebied zou
worden benut om energie te produceren voor de hoogste bieder en dat er onvoldoende aandacht
zou zijn voor de belangen van omwonenden, voor de natuur en een goede exploitatie van het geheel.
CDE en COH hebben bij de politieke partijen aandacht gevraagd voor hun vrees en gehoor gevonden.
De gemeente Houten heeft vorig jaar bepaald dat er bij de ontwikkeling van projecten gestreefd
moet worden naar 100% lokaal eigenaarschap, maar minimaal 50% lokaal eigenaarschap, van het
bedrijf dat de zonnepanelen gaat exploiteren.
Omdat BHM het belang van lokaal draagvlak en betrokkenheid ziet is er over en weer contact
gezocht en de basis gelegd voor de samenwerking van CDE en COH met BHM en Chint.

Doel samenwerking: De onderlinge verhoudingen

Freek legt in het gesprek dat we voerden uit dat het de bedoeling is dat CDE en COH 50% van de
aandelen krijgen in de op te richten besloten vennootschap die de zonnepanelen gaat exploiteren.
Daarvoor moeten ze een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de zonnevelden die gelijkwaardig
is aan die van BHM en Chint. BHM zorgt voor projectmanagement en ondersteunt de juridische kant
van het verhaal en de landschappelijke inpassing. Chint zorgt voor de rest, waaronder techniek. Van
CDE en COH wordt verwacht dat zij de PR verzorgen en in gesprek gaan met de omwonenden om
ervoor te zorgen dat de in te richten zonnevelden kunnen rekenen op steun vanuit de plaatselijke

bevolking en omwonenden. Van alle aandeelhouders wordt daarnaast verwacht dat ze de financiële
investering in de projecten delen. Dat betekent dat onder andere de kosten van verschillende
onderzoeken, legeskosten voor de vergunningaanvraag en netaansluiting voor ieder gelijke delen
moeten worden gedragen.

Hoe zit het met de financiering?

Om de kosten voor het ontwikkelen en realiseren van zonnevelden te kunnen betalen hebben CDE
en COH dus best veel geld nodig. Inschatting is dat 85% van dat geld gefinancierd kan worden vanuit
geld dat wordt geleend van de bank. Minimaal 15% zal vanuit eigen vermogen betaald moeten
worden. De kosten per project worden geraamd op minimaal 15 miljoen euro. Dat betekent dus dat
voor de twee projecten minimaal 2 miljoen euro aan eigen vermogen moet worden vergaard door
CDE en COH. Het is dus belangrijk dat CDE en COH zoveel mogelijk leden krijgen om samen
voldoende eigen vermogen op te kunnen bouwen om de vereiste investeringen te doen. CDE en COH
zijn ook doende om de nodige subsidies te verkrijgen. Tot vergunningverlening is naar verwachting
tenminste 100.000 euro nodig voor de twee projecten gezamenlijk. Na vergunningverlening kunnen
de additionele ontwikkelingskosten oplopen tot ongeveer 550.000 euro per project. Voor de
aanloopkosten zoekt CDE durfinvesteerders. Het gaat namelijk om risicovolle investeringen omdat,
zolang er geen vergunning, subsidie en financiering is, nog niet zeker is dat en/of op welke termijn
het geld terug betaald kan worden en niet duidelijk is welk rendement er wanneer kan worden
gemaakt op de investering. De verwachting is echter dat het te nemen risico beloond zal kunnen
worden met een mooi rendement op de langere termijn.

En hoe zien de verhoudingen er in de toekomst uit?

Freek legt uit dat het nog wel een jaar of drie kan duren voordat er zonnepanelen staan die
rendement op gaan leveren. Op dat moment of misschien wel eerder zouden BHM/Chint hun
investering te gelde kunnen maken. In de samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat CDE en
COH het eerste recht hebben de aandelen van de medeaandeelhouder te kopen om zo 100% lokaal
eigenaarschap te bereiken. Uitgangspunt is dat CDE en COH de dan geldende marktprijs van de
aandelen moeten betalen als ze in de toekomst volledig eigenaar willen worden van de zonnevelden.

Stand van zaken

De stand van zaken is dat de exploitatiemaatschappij nog moet worden opgericht. In afwachting
daarvan heeft Chint twee aanvragen ingediend om een vergunning te krijgen voor de beide
projecten. Er ligt een harde afspraak dat de vergunning, net als de overeenkomst die met de
grondeigenaren is gesloten, in de exploitatiemaatschappij zal worden ingebracht. Op die manier
hebben alle aandeelhouders (dus ook CDE en COH) zeggenschap over de wijze van exploiteren van
de zonnevelden. De komende tijd zal worden gebruikt om de exploitatiemaatschappij op te richten
en de financiering voor de aanloopfase rond te krijgen.

En wat hebben de inwoners van Schalkwijk aan die zonnevelden?

CDE probeert samen met COH ervoor te zorgen dat de opbrengsten van de op te richten
zonnevelden zoveel als mogelijk is terugvloeien naar de lokale gemeenschap.
Dat kan CDE natuurlijk niet zonder betrokken inwoners die daaraan hun steentje willen bijdragen.
Zodra er zicht is op realisering van de zonnevelden en duidelijk zicht bestaat op de te verwachten
opbrengst zal de mogelijkheid worden geboden tegen een bepaald jaarlijks rendement in de
zonnevelden te investeren. De verwachting is dat dit over een jaar of twee gaat spelen. Voor de
aanloopfase worden al eerder financiers gezocht.

De energie die wordt opgewekt wordt verkocht aan een energieleverancier en komt via het
energienet dus bij willekeurige afnemers terecht. De coöperaties zullen onderzoeken of en hoe de
opgewekte stroom lokaal met korting kan worden verkocht aan huishoudens en lokaal gevestigde
bedrijven.
Van de 25 hectare per project, wordt 5 hectare ingevuld met landschappelijke inpassing en natuur. In
nauw overleg met de omwonenden en belanghebbenden is hier per project invulling aan gegeven.
Daardoor worden de zonnepanelen aan het oog onttrokken en ontstaan leuke doorsteekjes waar je
kunt wandelen of de omgeving vanaf een uitkijkpost kunt overzien. Die inrichting voor natuur wordt
vastgelegd in de voorwaarden die aan de vergunning worden gekoppeld die bij de gemeente wordt
aangevraagd. Als medeaandeelhouders kunnen CDE en COH over de wijze van exploitatie van de
zonnevelden en het naleven van de voorwaarden voortdurend de vinger aan de pols houden.
Het interview met Freek was voor ons verhelderend. Hopelijk is de achtergrond en wat er speelt voor
jou als lid van CDE met deze blog ook wat duidelijker geworden. Voor vragen kun je terecht bij het
bestuur van CDE. Wil je dat iemand contact met jou opneemt, laat het ons dan weten door een
boodschap achter te laten. Klik hier.